Bezoek aan de paarden
Maandag, 25 oktober zijn we naar de paarden gaan kijken. De paarden waren van de moeke van Yinthe en Lobke. We reden er met de bus naartoe, juf Caroline reed met haar auto.
Toen we aankwamen mochten we naar de paarden gaan kijken. De moeke van Yinthe en lobke vertelde ons heel veel over de paarden:
Hoe we ze moeten verzorgen
Het paard had een muts met heel veel gaatjes. Deze was tegen de vliegen want anders zaten de vliegen in zijn ogen. Het paard kon door de muts kijken.
Een paard heeft hoeven. Hier wordt een hoefijzer op gemaakt met nagels, door de hoefsmid. Dit is omdat ze anders pijn hebben van de steentjes. Er was een pin om de hoeven proper te maken.
Soms krijgen de paarden vlechtjes, dit is vaak voor een wedstrijd.Je kan een paard mooi maken met een borstel. Een paard heeft manen die je moet kammen.
Het paard had ook een grote jas tegen de koude.
Het paard staat in een stal, een stal lijkt op een hok. ’s Morgens werden de stallen proper gemaakt. De kaka van de paarden werd op een grote hoop gedaan om daarna op de kruiwagen in de machine voor op het veld als mest.
Over de familie van de paarden
Een groot paard had een veulen in haar buik.
Een meisjespaard heet een merrie en een jongenspaard heet een hengst.
Bij de stal hing een naamkaartje want de paarden noemen niet gewoon ‘paarden’ maar ze hebben verschillende namen.
Als het paard zijn oren plat legt, dan is het paard bang en moet je een stapje achteruit. Als het paard meeluistert gaan zijn oren heen en weer.
Als de staart van het paard in de lucht is, dan is hij blij.
Als ze jeuk hebben van een vlieg, zwieren ze met hun staart om ze weg te doen.
De paarden ademen door hun neus, dit kan je zien als hun neusgaten bewegen.
Een paard gaat lopen als ze bang zijn van veel kindjes in de wei.
De paarden slapen niet gewoon in een bed maar in hun stal, ze blijven rechtstaan als ze slapen.
Het paard eet stro, er stond een hele hoop stro, dit was door de tractor daar gezet. Er was ook maïs. Appels, peren, wortelen of suiker zijn snoepjes voor de paarden.
Ze hadden ook een piste, hier konden we niet op omdat het nat was. De paarden kunnen hier lopen.
We maakten ook verschillende afspraakjes
We mochten niet achter het paard gaan staan want dat was gevaarlijk want dan werd het bang.
We moesten achteruit zodat we niet te dicht bij het paard stonden.
Je mocht niet met je handje naar het paard doen of het eten geven.
We mochten één voor één is op het paard gaan zitten, dit was een beetje hoog.

We zagen ook nog twee ezels, een hond en kippen. We kregen een snoepje als we terug in de bus moesten.
We reden met de bus naar nog andere paarden, deze mochten we aaien. Dan gingen we terug naar de school. Het was een superleuke dag!
verzenden...




















